DEEL 1: LIEFHEBBENDE FAMILIE

Allereerst wil God dat we een liefhebbende familie zijn met elkaar. God verlangt ernaar dat we in Zijn liefde blijven. Hoe doen we dat? Door elkaar lief te hebben, zegt Yeshua in Joh.15:10-12. Onze verbinding met God wordt bepaald door onze verbinding met elkaar. We zoeken naar een relatie met elkaar die groter is dan die met onze natuurlijke families (Mat.12:46) en alleen mogelijk is door onze gezamenlijke relatie met Yeshua. God verlangt naar een groep mensen die elkaar innig liefheeft, die samen optrekt en hun levens en bezittingen met elkaar delen. We hebben een goed voorbeeld met de gemeente in Handelingen: ze waren één van hart en ziel (Hand.4:32) en hadden alles gemeenschappelijk (2:44).

We zijn dankbaar voor de manier waarop verbinding binnen de huisgemeenten vorm krijgt en nog steeds groeit. Meerdere mensen deelden de afgelopen tijd dat het netwerk voelt als familie. We zijn geraakt door de openheid die er is om persoonlijke noden met elkaar te delen. Mooi ook om te zien hoe binnen elke groep er wegen worden gezocht om in contact te blijven met elkaar.

De huisgemeenten zijn een goede plek om te oefenen in elkaar liefhebben. En het is niet altijd makkelijk met een groep mensen in één huis te zitten, want dan beginnen we te schaven aan elkaar.. vandaar dat de Brieven ook volstaan met opdrachten als “verdraag elkaar en vergeef elkaar” (o.a. Kol.3:13). Wist je dat er meer dan 50 van dit soort “.. elkaar”-geboden in het NT staan?

Het in praktijk brengen van deze opdrachten zal de wereld om ons heen veranderen: Yeshua bad dat “alle mensen zullen weten dat jullie mijn discipelen zijn, als jullie liefde hebben voor elkaar” (John 13:35). Hij bad dat ook Zijn discipelen zo “volmaakt één” zouden zijn, dat de wereld zou geloven dat de Vader Hem (Yeshua) gestuurd heeft (John 17:20-23). God wil dat we bekend staan om onze liefde en onze eenheid. Laat dat onze focus zijn als we samenkomen in de huizen.

DEEL 2: LOKALE SAMENKOMSTEN IN HUIZEN

De gelovigen in Handelingen kwamen bij elkaar in huisgemeenten, in de meeste vertalingen ook wel de ‘gemeente aan huis’ genoemd (o.a. Rom.16:5,10,11, 1 Kor.16:15, Kol.4:15). Op basis van archeologisch onderzoek mogen we aannemen dat er in die tijd gemiddeld 20 à 30 mensen in een huis samenkwamen. In elke stad of streek ontstond er zo een netwerk van huisgemeenten. Als er in Handelingen wordt gesproken over “de gemeente van Jeruzalem” (Hand.11:22) of “de gemeente door geheel Judea, Galilea en Samaria” (Hand.9:31), dan gaat het over dat netwerk van huisgemeenten in die stad of streek.

In de huisgemeenten in Dordrecht komen diverse mensen van buiten Dordrecht. Bij de meeste van hen is er het verlangen (op termijn) in hun stad of regio ook een huisgemeente te hebben. Dat zou een Bijbelse ontwikkeling zijn en daar bidden we dan ook voor met elkaar op de wekelijkse bidstonden. Op dit moment bidden we gericht voor Noord-Brabant (west). Bidden jullie mee?

We ervaren en geloven dat we juist in de relatief kleine groep van een huisgemeente kunnen oefenen wat Yeshua en de apostelen als opdracht meegeven: elkaar liefhebben, elkaars lasten dragen, elkaar bemoedigen, onze geestelijke gaven gebruiken om elkaar te dienen (o.a. Joh.13:34-35, Kol.3:13-17, 1 Kor.12:7). De lokale samenkomsten in de huizen blijven dan ook de focus van ons gemeente-zijn. Bijkomend voordeel van samenkomen in huizen was dat we flexibel konden zijn in Corona-tijd en dat we geen geld hebben moeten uitgeven aan een duur gebouw.

Maar wat als we de huiskamer uitgroeien? Wat doen we als God mensen toevoegt? Dit hebben we al een paar keer meegemaakt: dan vermenigvuldigen we. Dat is het Bijbelse principe. De echte vrucht van een appelboom zijn niet méér appels, maar méér appelbomen. De echte vrucht van een gezonde gemeente is niet méér leden, maar méér gezonde gemeenten.

Tot slot een bijzondere eigenschap die we meekrijgen van de samenkomsten van de (huis)gemeente(n) van Jeruzalem in het boek Handelingen. In Hand.2:42 wordt beschreven hoe de eerste discipelen “bleven volharden” bij het onderwijs van de apostelen, de gebeden, het breken van het brood en de fellowship met elkaar. Voor het Griekse woord “proskartereo” kun je i.p.v. “bleven volharden” ook lezen: “continu toegewijd aan”. Deze groep discipelen was continu toegewijd aan Bijbelstudie, gebed, maaltijd houden met elkaar en fellowship met elkaar. Mede door deze toewijding werden ze één van hart en ziel (Hand. 4:32, zie ook Joh.17:23). Het gevolg was dat er grote kracht uitging van de groep en ze tot zegen waren voor hun omgeving (Hand.2:43 en 4:33). Hier mogen wij ons ook naar uitstrekken!

We willen jullie aanmoedigen te blijven volharden in deze dingen, elke week als jullie samenkomen in de huizen. Vergeet ook de doordeweekse bidstonden niet. Opvallend is dat het woord “proskartereo” het meest wordt gebruikt in combinatie met gebed (o.a. Hand.2:42, 6:4, Rom.12:12, Kol.4:2). Dat is ook eigenlijk niet zo raar, want gebed is de kern van ons geloof. Laten we toegewijd zijn om samen God te zoeken in gebed en te bidden voor de zieken, de huisgemeenten en de wereld om ons heen.

In de brief aan de gemeente van Efeze schrijft Paulus in hoofdstuk 2:12 over de situatie voordat we tot geloof kwamen: we leefden zonder Jezus, we hadden geen deel aan de burgerrechten en de verbonden van Israël, en we waren zonder hoop en zonder God.

Maar, schrijft Paulus, door ons geloof in het bloed van Jezus is onze positie volledig veranderd en zijn we dichtbij gekomen (vers 13): dichtbij God, maar ook deel van Zijn volk. We hebben deel gekregen aan de burgerrechten en de verbonden van Israël.

Door het verzoenende werk van Yeshua is de tussenmuur, die scheiding maakte tussen Jood en niet-Jood, afgebroken (vers 14). In de 2e tempel was er een fysieke muur aanwezig die daadwerkelijk de toegang versperde voor de niet-Joden. Was dat Gods bedoeling geweest met de tempel? Nee, de tempel moest een plek van aanbidding van de God van Israël zijn voor álle volken (1 Kon.8:43, Jes.56:6). Het moest de plek zijn waar vandaan Israël als een koninklijk priesterschap de rest van de wereld zou gaan dienen (Ex.19:6).

 

In vers 15 geeft Paulus aan dat de tussenmuur het resultaat was van geboden en dogma’s van mensen (inzettingen/bepalingen in het Grieks = “dogmasin”). In de tijd van Paulus waren dat o.a. de rituele proselietenbekering (zie brief aan de Galaten) en diverse verkeerde mondelinge tradities (Mat.5:43, 23:3, Mark.7:3). Hierdoor waren er geestelijke barrières in de harten van de Joden ontstaan, die uiteindelijk resulteerden in een fysieke tussenmuur op het tempelplein. Een muur die ervoor zorgde dat Jood en niet-Jood niet meer samen de God van Israël konden aanbidden.

Yeshua heeft er echter voor gezorgd dat deze barrières in de harten van mensen kunnen worden afgebroken. God heeft namelijk één nieuwe mens op het oog (vers 15): Jood en niet-Jood, die verzoend door het kruis, één Lichaam vormen, het Lichaam van Yeshua (vers 16). Dat is de ecclesia, Gods gemeente, Zijn kudde, Zijn eigen volk. Deze ene nieuwe mens is geroepen als een koninklijk priesterschap (1 Pet.2:9) om een licht te zijn voor de wereld (Mat.5:16) en de grote daden van de God van Israël te verkondigen!

Zoals de fysieke tempel een gebedshuis moest zijn voor alle volken, moet ook de Gemeente een plek zijn waar Jood en niet-Jood samen de God van Israël aanbidden!